| Beschrijving | Veilen, dwz. het verkopen bij opbod of afslag, kent in Nederland een geschiedenis, langer dan waar dan ook, die teruggaat tot in de 15de eeuw. Al op 17e- en 18e eeuw eeuwse gravures zien wij hoe een veilingmeester met brede zwaaien van zijn veilinghamer, de bieders aanwijst en tenslotte, na het driemaal herhalen van het laatste bod, afslaat. Beroemd zijn de veilingen, die in het 17e eeuwse Amsterdam gehouden werden, waarvoor kopers uit heel Europa naar de hoofdstad stroomden.
Als grootste Nederlandse veilinghuis voelt Glerum zich een onderdeel van deze lange traditie, die zich uit in de persoonlijk contacten met kopers en verkopers, geleid door kennis en liefde voor de te veilen voorwerpen. De rijk geïllustreerde catalogi, waarin leesbare artikelen over de te veilen voorwerpen, geven daar een extra reliëf aan en de opstelling tijdens de kijkdagen getuigen daarvan.
Glerum Kunst- en Antiekveilingen werd in 1989 opgericht. In het monumentale 18e eeuwse stadspaleis "Het Spaansche Hof " werden tot medio 1998 ruim 150 veilingen gehouden. In 1998 vestigde Glerum zich in de Amsterdamse Lekstraat en betrok weer een monumentaal pand: het in 1937 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid ontworpen complex van architect A. Elzas, leerling van de beroemde Frans/Zwitserse architect le Corbusier.
Tegenwoordig houdt Glerum ca. 12 veilingen per jaar: Gespecialiseerde veilingen voor werken van oude meesters, Haagse beeldende kunst, 19e en vroeg 20ste eeuwse schilderijen (2), en moderne en hedendaagse beeldende kunst (2); twee maal per jaar worden speelgoed en speciale collecties in de zgn. verzamelaarsveilingen aangeboden en vier "algemene" veilingen met meubelen, porselein, zilver en juwelen en nog veel meer maken ieder bezoek aan de kijkdagen tot een avontuur.
|